machete

mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑˈʃɛtə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lang stevig mes waarmee men zich al kappend een weg kan banen in het oerwoud
    De machete maakte het pad vrij van de vele obstakels.
    Maar in de etalage hingen ook harken en wieders, reservebanden, kleren, vreemde helmen, fietswielen, petroleumlampen, spiritusbranders, touwen, machetes, vistuig en alles wat je kon bedenken of zelfs niet kon bedenken.

Etymologie

* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘kapmes’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1931

Vertalingen

Engelsmachete
Fransmachette
DuitsMachete