m.u.v.

/mɛtˈœytsɔndərɪŋvɑn/

Betekenis

voorzetsel
  1. zonder, uitgezonderd (duidt aan wie of wat er niet tot een bepaald geheel wordt gerekend)
    Wij zijn altijd geopend m.u.v. nieuwjaarsdag.

Etymologie

*(afkorting) met uitzondering van