m.i.v.

/mɛtˈɪŋɣɑŋˌvɑn/

Betekenis

voorzetsel
  1. vanaf, beginnende, aanvang hebbende
    U kunt m.i.v. 1 maart van de woning gebruik maken.
  2. en als deel daarvan ook, en bijbehorend
    De camera m.i.v. statief kost maar 300 euro.

Etymologie

*[2] (afkorting) met inbegrip van