lymfe

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlɪmfə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) lichaamsvloeistof die o.a. de voeding van verschillende weefsels verzorgt en de door deze verbruikte stoffen afvoert
  2. medisch (medisch) stof die verzwakte levende of dode bacteriën bevat, voor vaccinatie

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘weefselvocht’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Vertalingen

Engelslymph
Franslymphe
Spaanslinfa