lutheraan

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanhanger van de lutheraanse stroming van het christendom
    De warme woorden van de paus over de oecumenische viering van het Lutherjaar door Duitse lutheranen en katholieken zitten deze factie niet lekker; hij wil de kerkscheuring van na 1517 toch niet terugdraaien? NRC Luuk van Middelaar 10 november 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/11/10/ketter-franciscus-de-kerkhervormer-13933063-a1580656 Ketter Franciscus, de kerkhervormer]
    Bijna alle christenen in Nederland (91 procent) schamen zich voor de verdeeldheid binnen de kerk. Er zijn veel te veel afsplitsingen, richtingen en interpretaties. Tegelijkertijd denkt meer dan de helft van de kerkgangers dat het nog lang zal duren voor protestanten, rooms-katholieken, anglicanen, orthodoxen en lutheranen één kerk kunnen vormen. De Telegraaf 21 okt. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1043696/kerkgangers-schamen-zich-voor-verdeeldheid Kerkgangers schamen zich voor verdeeldheid]

Etymologie

* afleiding van Luther