lullen
/ˈlʏlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (informeel) onzinnige of onbelangrijke dingen zeggenWat zit je nou te lullen?
- (informeel) verradenHij heeft tegen de politie zitten lullen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kletsen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1709
Uitdrukkingen
- niet lullen, maar poetsen
Vertalingen
Engelstalk bullshit
Fransdéconner
Duitsschwätzen, schwafeln
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek