luiwammes

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) iemand die erg lui is
    Wat een luiwammes ben ik vandaag, zeg.
    Een luieraar en een luiwammes ook wel diran genoemd verschillen evenveel van elkaar als een lekkerbek en een veelvraat. Keek naar het verheven genot van parende libellen. Hoorde zelfs hun vleugels, een extatisch geluid, als flapperend papier tussen de spaken van een fiets. Tuurde naar een hazelworm die rond de wortels waar ik lag een miniatuur-Amazone verkende. Stilte? Niet helemaal, nee.Mitchell, David Wolkenatlas vertaald door Aad van der Mijn 2005 {{ISBN|9021474840

Etymologie

* ("wambuis")

Vertalingen

DuitsFaulpelz