luistervink

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die op een ongeoorloofde manier gesprekken afluistert
    Het voordeel is wel dat de Grolsch Veste donderdag nog gewoon van FC Twente is. Dus niks geen afgeplakte reclameborden, niks geen idiote regeltjes die door mensen in blazer worden bewaakt alsof de wereldvrede er mee in het geding is. Toen Twente-trainer Alfred Schreuder woensdagmiddag aftrapte voor zijn persconferentie was er geen luistervink van de UEFA in de zaal.Tubantia 28-08-2014
  2. persoon die naar de radio luistert
    Op 6 september 1930 werd op het Haagse Houtrustterrein Nederlands eerste massademonstratie gehouden. Honderdduizend AVRO-leden protesteerden tegen het regeringsplan om een omroepbestel te creëren waarin alle bestaande radio-omroepen evenveel zendtijd ter beschikking zouden krijgen. Waarom waren de AVRO-leden (of ‘luistervinken’, zoals zij liefdevol door hun directeur Willem Vogt werden genoemd) zo boos? NRC Jaap Cohen 14 januari 2009

Etymologie

* In de betekenis van ‘stiekeme luisteraar’ voor het eerst aangetroffen in 1410

Vertalingen

Engelseavesdropper