lui

meervoud/lœy/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel, pejoratief (informeel), vaak (pejoratief) groep mensen
    Wat een rare lui!
    ‘Naar Casa de Luna,’ antwoordde ik hoopvol. ‘Oh, die lui. Dat zou ik niet doen, dat zijn gevaarlijke aso’s.

Etymologie

#(meubel) (gebruik als hypallage) geschikt om op zijn gemak in te zijn

Vertalingen

Engelslazy, people
Fransparesseux, fainéant, gens
Duitsfaul, Leute
Spaansvago, gente
Russischленивый, люди
Turkstembel
Poolsleniwy