luchtstroming

vrouwelijk (de)/ˈlʏxtstromɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) het zich bewegen van een bepaalde hoeveelheid lucht in één bepaalde richting
    De drie bemanningsleden in de cockpit waren op slag dood en in hun stoffelijke resten zijn raketdeeltjes gevonden. Bij de andere inzittenden is dat niet het geval. Zij zijn als gevolg van de inslag blootgesteld aan extreme, veel verschillende op elkaar inwerkende factoren: abrupte afremming en versnelling, decompressie en bijbehorende mistvorming, daling van het zuurstofgehalte, extreme kou, de sterke luchtstroming, het zeer snelle dalen van het vliegtuig en de rondvliegende objecten.
    De Zuid-Europese hittegolven komen vaker voor en duren langer. De zuidenwind zorgt ervoor dat de warme lucht van de woestijnen in Noord-Afrika naar Europa komt. "En die luchtstromingen kunnen soms ook Nederland bereiken", vertelt Knol.