luchtdoelgeschut

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wapen waarmee men op vliegtuigen en raketten kan schieten
    Maar in Dordrecht kon zo'n zaak een klein type luchtdoelgeschut leveren, uit de tweede wereldoorlog nog, compleet met - weliswaar een beperkte hoeveelheid - munitie.
    De partijen bestookten elkaar met granaatwerpers en luchtdoelgeschut. Een lid van de Tobu-stam klaagde dat de leefomstandigheden van zijn volk nog slechter zijn dan onder dictator Kadhafi.

Etymologie

* en geschut

Vertalingen

Engelsanti-aircraft missile, anti-aircraft gun