looprek

onzijdig (het)/ˈloprɛk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hulpmiddel bij het lopen in de vorm van een licht toestel op poten tijdens het lopen ondersteuning geeft
    Met behulp van een looprek kan hij zich nog goed verplaatsen.
  2. ruimte omringd door een hekje met spijlen waarbinnen een baby kan spelen en leren lopen
    Kwam moeder, om het uit zijn bedje te halen, dan lachte het, en stond al met uitgestoken armpjes. In zijn looprek had het honderd geluidjes tegen ieder, die naar hem keek. Als Anna er bij neerhurkte, kwam het dadelijk toegekropen.