woorden
boek
Start
›
L
›
loofbos
loofbos
onzijdig (het)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
biologie
(biologie) een bos waarin bomen en struiken 's winters hun bladeren verliezen
Op gematigde breedten komen voornamelijk loofbossen voor.
Antoniemen
naaldbos
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← loofboom
loofbosje →