loodgieter

mannelijk (de)/ˈlotxitər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) vakman die zich bezighoudt met de aanleg en het onderhoud van sanitair, verwarmingsinstallaties, waterleidingen en/of riolering
    Mijn vader is loodgieter van beroep.
    Ik ben eigenlijk loodgieter en heb al mijn gereedschap en mijn bestelbus verkocht, waarvan ik deze twee paarden heb gekocht voor 2500 dollar per stuk.

Etymologie

*Samenstelling van lood en een nomen agentis van gieten.

Vertalingen

Engelsplumber
Fransplombier
DuitsKlempner
Spaansfontanero, plomero
Italiaansidraulico
Portugeespicheleiro
Russischводопроводчик
Poolshydraulik
Zweedsrörmokare