lompheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grove onbeleefdheidEn zo voelt het ook voor de hoofdpersoon van de roman De meisjes waarmee de jonge Amerikaanse schrijfster Emma Cline dezer dagen furore maakt. Het gaat over een meisje dat van haar moeder leerde dat je pijn over routineuze lompheid hoort te verbijten „met beschaafd gedrag". NRC Joyce Roodnat 30 juni 2016
- domheid
Etymologie
*afleiding van lomp en
Vertalingen
Engelsrudeness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek