log

mannelijk/vrouwelijk (de)/lɔx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart, verouderd (scheepvaart) (verouderd) snelheidsmeter voor zeegaande schepen geijkt in knopen (zeemijlen per uur)
    De losse schroef van de log heeft afgedaan en is thans vervangen door een propeller die aan de romp is bevestigd.
zelfstandig naamwoord
  1. informatica (informatica) bestand waarin wijzigingen of gebeurtenissen van een systeem, programma, gebruiker of machine door het systeem worden bijgehouden
    Volgens het log van het telefoonbedrijf had hij tientallen keren het telefoonnummer van de Binnenlandse Veiligheidsdienst gebeld, maar dat was volgens de rechters onvoldoende bewijs voor moord.
  2. internet (internet) website of webpagina waar in een reeks berichten verslag wordt gedaan van bepaalde gebeurtenissen
    Ik begrijp daarom maar weinig van de - voorzichtige - blijheid in blogs over de nipte zege van Romano Prodi, een onverstaanbaar mompelende professor en als Europees Commissaris weinig slagvaardig. (…) En het log van Deutsche Welle zinspeelt op een nieuw pro-Europees begin in Italië.
zelfstandig naamwoord
  1. techniek, verouderd (techniek) (verouderd) (briggse) logaritme met grondtal 10
    Log 100 is 2, want 102 is 100; log 1000 is 3, enz.
  2. wiskunde, verouderd (wiskunde) (verouderd) afkorting van (neperse) logaritme (grondtal e)
    In dit monument is, naast zijn naam en de jaartallen 1844-1906, de beroemdste formule van Boltzmann uitgehouwen: zijn uitdrukking voor de entropie S = k . log W.

Etymologie

#moeilijk wendbaar door een grote omvang

Vertalingen

Engelscumbersome, log
Fransloch
DuitsLog, Logge
Spaanspesado, torpe