Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

loeres

mannelijk (de)/ˈlurəs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief, verouderd (pejoratief) (verouderd) iemand die dom of lomp is
    Dìe loeres, wees hij naar Leon Pakkedrager, die in rook-wellust zoo over zijn sigaar gebogen lei, dat hij er absoluut geen vermoeden van had, de aangewezene te zijn, ... heeft dat knulletje 't krankzinnigst in de hoogte gestoken... 't is 'n mannetje van niks ... 'n doodgewone prul...

Etymologie

*uit loer , vergelijk "lourd" [https://books.google.nl/books?id=ulFZAAAAcAAJ&lpg=PA79&ots=arO-0WMXlu&dq=loeris&hl=nl&pg=PA78#v=onepage&q=loeris&f=false Beknopt Nederduitsch Taalkundig Woordenboek deel 3, L-Q (1829) Blussé en Van Braam, Dordrecht]; p. 79; geraadpleegd 2017-10-19