loeien

/ˈlu.jə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. dierengeluid (dierengeluid) een langgerekt klagend geluid voortbrengen zoals dat van een koe
    De koeien loeien in de weide.

Etymologie

* In de betekenis van ‘het natuurlijke geluid van runderen of de wind maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Vertalingen

Engelsmoo, low
Fransmugir, beugler, meugler
Spaansberrear, bramar, mugir
Italiaansmuggire
Russischмычать