lodderoog

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een oog dat er slaperig uitziet; een oog met hangende oogleden
    In de achterbuurt van New York waar Stallone in 1946 geboren werd, kwam de ster ter wereld in een schamele kliniek waar co-assistenten de bevallingen afhandelden. Degene die Stallone met de tang verloste, beschadigde een gezichtsspier. Vandaar die trekkende mondhoek en dat lodderoog waaraan de volwassen ster zich weliswaar later heeft laten opereren, maar die nog altijd zichtbaar zijn. NRC 19 april 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/04/19/weekhartige-spierbundel-1360941-a587755 Weekhartige spierbundel]
    De krachtige single, met zijn prachtige animatieclip van Chris Hopewell, hebt u vast al gehoord. Violen die als percussieinstrument worden gebruikt en daardoor klinken als een legertje korzelige horzels, met Yorke die eronder croont over een ‘low flying panic attack’: lodderoog maakt zich boos over de vluchtelingencrisis en islamofobie in de beste traditie van Hail To The Thief, maar het nummer zou zó op Kid A kunnen staan. De Standaard 09/05/2016 door Inge Schelstraete [http://www.standaard.be/cnt/dmf20160509_02280165 Radiohead doet Radiohead]