loco

mannelijk (de)/ˈloko/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek, spreektaal (politiek) (spreektaal) wettelijke plaatsvervanger van de burgemeester
    Maar daags nadat twee auto's op het gemeentehuis waren ingereden en het historische pand door een vuurzee was verwoest, snelde de burgemeester terug naar Waalre, en verdween zijn loco uit beeld.
  2. regering, spreektaal (regering) (spreektaal) wettelijke plaatsvervanger van de gemeentesecretaris
    Voor wat betreft de eerste loco ligt het in de rede dat dit de directeur bedrijfsvoering is (was voorheen de tweede loco-secretaris).
zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) merkloos geneesmiddel dat hetzelfde werkt als een duurder geneesmiddel dat onder een merknaam wordt verkocht
    ,,Hetis niet zo, dat loco's slecht zijn", verduidelijkt Sanders, ,, maar ze kunnen in bepaalde mate anders zijn dan het merkmiddel of andere loco's. Dat betekent, dat een arts die een loco voorschrijft, zich aan dat middel zal moeten houden. Anders kunnen nare verschijnselen optreden."

Etymologie

#(muziek) op hun normale plaats, aanwijzing bij bladmuziek dat een eerdere verhoging of verlaging met een of twee octaven hier ophoudt