livreiknecht
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- huisbediende die een uniform draagtProkofi, de livreiknecht die zo sterk was dat hij de achterkant van een rijtuig kon optillen, zat sloffen te vlechten van repen stof.
Vertalingen
Engelslackey, valet, servant
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek