living
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vertrek), (wonen) een kamer die primair is ingericht om in te wonen en bezoek te ontvangenDe living was op het noorden gelegen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘woonkamer’ voor het eerst aangetroffen in 1952 . Het overeenkomende Engelse woord is living room; in het Engels zelf is living niet gangbaar in deze specifieke betekenis.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek