literatuur

vrouwelijk (de)/ˌlitəraˈtyr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kunst (kunst) de verzameling van al wat geschreven is, met name in een bepaalde taal; literaire traditie
    Het Cornisch kent een vrij uitgebreide literatuur, maar is behoudens pogingen de taal weer nieuw leven in te blazen in feite een dode taal.
  2. kunst (kunst) het geheel van als kunstzinnig beschouwde geschreven werken, m.n. proza of poëzie
    Niet al wat geschreven is wordt in kunstzinnig opzicht als literatuur beschouwd, hoewel de meningen daarover soms verschillen.
  3. wetenschap (wetenschap) de verzameling geschreven en na controle door vakgenoten gepubliceerde mededelingen van een vakgebied
    De literatuur op het gebied van hogetemperatuursupergeleiding is sinds de jaren 1980 explosief gegroeid.
    Waar de vroegste literatuur cricket toch vooral ziet als een hulpmiddel voor controle en ideologische indoctrinatie overzee, laat recenter historisch onderzoek iets anders zien.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘letterkunde’ voor het eerst aangetroffen in 1676

Vertalingen

Engelsliterature, literature
Franslittérature, littérature
DuitsLiteratur, Literatur
Spaansliteratura, literatura