lipvissen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) een grote familie uit de ook al grote orde van de (baarsachtigen). Er zijn ongeveer 500 soorten lipvissen verdeeld in ca. 70 geslachten (zie taxonomie). Hun soortenrijkdom wordt alleen door de grondels overtroffen. Veel soorten komen in scholen voor op de koraalriffen
Etymologie
* "lipvis" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek