linkerhand
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) de hand aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zitHij schrijft met zijn linkerhand.Toen was het mijn beurt en ik bond een steen aan een lang stuk touw, hield de grote lussen in mijn linkerhand, gaf een harde slinger en liet los.
- metafoor voor onhandigheidOh, die heeft twee linkerhanden.
- een (tweede) assistent van een persoon.
Etymologie
* Samenstelling van linker (links ) en hand
Vertalingen
Spaansmano zurda, mano izquierda
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek