lingua franca
vrouwelijk (de)/ˌlɪŋɡwaˈfrɑŋka/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- internationale omgangstaal voor een groot gebied met verschillende talen, bv. het Engels, het Swahili of het Latijn in de middeleeuwen
Etymologie
*van "lingua" "franca" "Frankische taal", in de betekenis van ‘internationale omgangstaal’ aangetroffen vanaf 1899
Vertalingen
Spaanslengua franca, lengua vehicular
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek