lijmen

/ˈlɛimə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. twee of meer delen aan elkaar bevestigen met behulp van een kleefstof
    Ik lijmde de bril weer aan elkaar en liet hem drogen maar helaas bleven er lijmvlekken op het glas zitten.

Vertalingen

Engelsglue
Franscoller
Duitsleimen
Spaanspegar, encolar
Russischклеить