lijkwa

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlɛikwa/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding waarin een overledene begraven wordt, vroeger meestal een wit kleed of lijkhemd
    Hij keek nog naar het hemel-teken, toen men Thuaa in het gedolven graf liet zakken en haar rechterhand uit de lijkwa trok, om er een drinkschaal in te klemmen.

Etymologie

*(verkorting) van lijkwade