lijfwacht

mannelijk (de)/ˈlɛifwɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de wacht die met de bewaking van een vorst of aanzienlijk persoon belast is
    Na de bedreiging eiste de politicus van de regering een lijfwacht.
  2. een lid van een lijfwacht
    Na een uitgebreide sollicitatieprocedure kon de man zich eindelijk lijfwacht van de koning noemen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bewakers van een belangrijk persoon’ voor het eerst aangetroffen in 1612

Vertalingen

Engelsbodyguard, bodyguard
Fransgarde rapprochée, garde du corps
DuitsLeibwache, Leibwächter
Spaansguardaespaldas