lijden

/ˈlɛidə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) in "ellende" "verkeren"; "schade" "ondervinden";
    De supermarkten hebben al "tientallen miljoenen" aan schade geleden door blokkade van distributiecentra door boeren. Het gaat over omzet die de winkels mislopen vanwege leveringen die niet kunnen plaatsvinden of producten die bederven, zegt een woordvoerder van branchevereniging CBL tegen NU.nl.
  2. inerg (inerg) "smart" en "ellende" "ondergaan"; "verdragen";
    Wanneer hij 's ochtends wakker werd onder zijn Noorse donzen dekbed, het enige wat hij had bijgedragen aan de inrichting, de Zweden gaven er nog steeds de voorkeur aan om onder gewone dekens kou te lijden, lag er een dunne ijslaag op het waswater in de kan bij zijn wastafelkast, soms was zelfs de pis in de van een blauw patroon voorziene pot onder het bed bevroren.
  3. medisch (medisch) ~ aan het hebben van een ziekte, aandoening of afwijking (ook fig.)
    Hij lijdt aan een chronische ziekte.
    Maar mijn basisschoolleraar zei vroeger al dat ik leed aan verbale diarree, omdat ik steeds maar aan het praten was.
  4. erga (erga) (vooral nog in iemand mogen ~) dulden, verdragen
  5. verouderd, erga (verouderd), (erga) ervaren, ondergaan, ondervinden, verduren (zonder dat de ervaring zelf negatief hoeft te zijn, zoals wel in bet. 1)

Etymologie

*van Middelnederlands "liden"

Uitdrukkingen

  • Een mens lijdt dikwijls het meest door/van het lijden dat hij vreest
  • Het lijdt geen twijfelHet staat vast, er kan geen enkele twijfel over bestaan
  • Scheiden is lijdenEen [echt]scheiding heeft veel vervelende gevolgen
  • Wie mooi wil wezen, moet pijn lijden.voor schoonheid moet je wat over hebben

Vertalingen

Engelssuffer
Franssouffrir
Duitsleiden
Spaanssufrir, adolecer, padecer
Italiaanssoffrire
Russischстрадать