lijboord
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het van de wind afgekeerde scheepsboord‘Nou...’ mengde de officier zich in 't gesprek, en een tijdje aandachtig lettend het langs laag neergedrukt lijboord voorbij-suizelend water... ‘vijf en een half is toch niet te veel geschat.’
Vertalingen
Engelsleeside
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek