lieslaars

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlislars/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. waterdichte laars die tot aan de lies rijkt
    De kwestie vraagt om een ondogmatische benadering. Dus geen natuurbeschermers die menen dat elke menselijke activiteit in de natuur taboe moet zijn. En geen mosselvissers die de wet aan hun lieslaars lappen. Met de Waddenzee moet zorgvuldig worden omgegaan, maar de vissers verdienen het behoud van hun oude ambacht.NRC 13 maart 2008

Vertalingen

Engelswader