lichtvoetigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het met een lichte tred lopen of dansen
    Tijdens het seizoen was er elke dinsdag een bal in de stadsfeestzaal, en Margaret liet er niet eentje lopen en vanwege haar lichtvoetigheid was ze erg in trek.
    "Kijk maar naar Kevin Strootman en Ron Vlaar. Afellay moest het juist altijd hebben van zijn technische begaafdheid en lichtvoetigheid."
  2. het vrolijk en niet zo ernstig zijn
  3. zaken die getuigen van vrolijkheid

Etymologie

*afleiding van lichtgevoelig