lichter

mannelijk (de)/ˈlɪxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorwerp waarmee men iets licht (ophijst, opheft)
  2. scheepvaart (scheepvaart) vaartuig van geringe diepgang, voor vervoer van lading uit grotere schepen naar de wal, overslagschip
  3. scheepvaart (scheepvaart) vaartuig, bestemd om zware voorwerpen op te lichten, bij voorbeeld om een schip over een ondiepte te tillen
  4. luchter, kandelaar, lantaarn

Etymologie

##minder zwaar

Uitdrukkingen

  • een bepaald bedrag lichtereen bepaald bedrag uitgegeven hebben

Vertalingen

Spaansgabarra