Libel

mannelijk/vrouwelijk (de)/liˈbɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor insecten uit de orde , netvleugeligen met een lang achterlijf
    Niet zonder trots showt de boswachter open plekken, „corridors”, waar insecten, reptielen en amfibieën profijt van trekken, zoals de libel en de hagedis.
  2. gereedschap (gereedschap) onderdeel van een waterpas in de vorm van een met vloeistof gevuld buisje met een luchtbel, gebruikt om een zuiver horizontale stand vast te stellen
    „Hiermee kun je zien of iets recht is. Als dat zo is, zit het belletje midden in de libel.” Anna legde de waterpas op de vlakke werkbank.
zelfstandig naamwoord
  1. publicatie waarin iets of iemand spottend wordt bekritiseerd
    John Adams was enthousiast over het pamflet: ‘Ik beschouw de publicatie van dit libel als een bewijs dat (…) er een partij is die gewonnen is voor de democratische beginselen’.

Etymologie

*[B] via Middelnederlands "libelle" en misschien "libelle" van laat Latijn "libellus" "boekje, smaadschrift". In de betekenis van ‘schotschrift’ aangetroffen vanaf 1424

Vertalingen

Engelsdragonfly
Franslibellule
DuitsLibelle
Spaanslibélula, alguacil
Italiaanslibellula
Portugeeslibélula
Poolsważka, poziomica, poziomnica