lezer

mannelijk (de)/ˈlezər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die (een bepaald geschrift) leest
    Op die manier biedt dit boek ook een verfrissende kennismaking met vrijwel elk deelgebied van de sterrenkunde, en maak je als lezer in feite een boeiende reis door de tijd, langs veertig astronomische hoogtepunten.
    Ik heb geprobeerd een getrouwe presentatie te geven van Nietzsches leven en werk, maar moet de lezer waarschuwen.
    De schrijver neemt de lezer mee op zijn avontuurlijke tocht door de Amazone.
  2. apparaat dat tekens kan lezen

Etymologie

* van lezen

Vertalingen

Engelsreader
Franslecteur
DuitsLeser
Spaanslector