lexicologie
vrouwelijk (de)/ˌlɛksikoloˈɣi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) wetenschappelijke bestudering van de woordenschatEen totaal van één miljoen Nederlandse woorden komt meer in de buurt, zo becijferde emeritus hoogleraar lexicologie Piet van Sterkenburg in 1989 in het boek Taal van het Journaal.
Etymologie
*van "lexicologie" of van "lexicology"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek