leviathan
mannelijk (de)/leˈvijatɑn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mythologie) reusachtige waterslang, zoals Leviathan beschreven in de Bijbel (Jes. 27:1, Ps. 74:14, 104:26, Job 3:8, 41:1-34), wordt wel vertaald als krokodilHaal mij dat kruid en zorg weer hier te zijnEer nog de leviathan 'n mijl kan zwemmen.
- Leviathan,
- (figuurlijk) iets wat allesoverheersend groot en sterk isIs onze staat een leviathan (monster) aan het worden?
- (techniek) machine voor het automatisch te wassen van papier of wolHet wassen van de (...) wollen heeft plaats in een leviathan (...), een machine, bestaande uit drie tot vijf aan elkaar gekoppelde bakken, ook baden genoemd.
Etymologie
* van לִוְיָתָן (livjatan) "kronkelend watermonster"; het e werkwoord לוה (lava) duidde oorspronkelijk op een draaiende beweging, zoals bij het spinnen of het maken van touw, waaruit de huidige betekenis "verbinden" is voortgekomen.leviathan in Van Dale: Groot woordenboek van de Nederlandse taal 14e druk (2005) Van Dale Lexicografie Utrecht/Antwerpen; cd-rom[http://biblehub.com/hebrew/3882.htm Livyathan op site BibleHub.com]; geraadpleegd 2015-02-24[http://biblehub.com/hebrew/3867.htm lavah op site BibleHub.com]; geraadpleegd 2015-02-24
Vertalingen
Engelsleviathan
Fransléviathan
DuitsLeviathan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek