leveren

/ˈlevərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) voor de aanvoer van iets zorg dragen
    Zij leveren veel graan aan China.
    We hebben een verkeerde lading geleverd gekregen.
  2. ov (ov) bezorgen, geven
    "We zijn aangeslagen maar dankbaar voor de belangrijke bijdrage die hij heeft geleverd aan de ontwikkeling van het kunsthart", aldus UMC Utrecht.
  3. ov, pregnant, pejoratief (ov) (pregnant), (pejoratief) iemand iets ~ iemand iets vervelends aandoen
    Wat voor streek hebben ze me nu geleverd?

Etymologie

* van het Middelnederlands leveren, van het Franse livrer ()

Vertalingen

Engelssupply, deliver
Fransfournir
Duitsliefern
Spaansproveer, entregar, suministrar
Portugeesfornecer
Poolsdostarczać