levensvreugde

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het plezier dat men beleeft aan het in leven zijn
    Zijn levensvlam bleef branden al waren zijn levensvreugde en levenswil allang gedoofd.
    In een brief die Closs liet voorlezen bij het proces vroeg ook zij om levenslang. Ze somde daarin alle zaken op die hij haar afgenomen had: haar ouders, haar gevoel van veiligheid en haar levensvreugde.
  2. wie of wat dat het leven vreugdevol maakt