leugenaar
mannelijk (de)/ˈløɣəˌnar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die bewust dingen zegt die niet waar zijnDe grootste leugenaar van deze eeuw is voorlopig nog altijd George W. Bush met zijn leugens over de zogenaamde massavernietigingswapens in IrakDe Franse president Emmanuel Macron haalde ook nog eens uit naar fanatieke Brexiteers: “De keuze van het Britse volk is beïnvloed door degenen die makkelijke oplossingen beloofden. Dat zijn leugenaars. Ze vertrokken de dag erna, zodat ze de gevolgen niet hoefden te dragen.” Daar kunnen Boris Johnson en voormalig UKIP-leider Nigel Farage het mee doen. [https://www.businessinsider.nl/12-belangrijke-dingen-21-september-2018/ www.businessinsider.nl (21 sep 2018)]
Etymologie
*afgeleid van leugen
Vertalingen
Engelsliar
Fransmenteur
DuitsLügner
Spaansmentiroso, embustero
Japans嘘つき, うそつき, usotsuki
Arabischكذاب
Turksyalancı
Poolskłamca
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek