lesbevoegdheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wettelijk vereiste om als leerkracht in het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs les te kunnen geven
    De Onderwijsinspectie oordeelde na het incident op het Comenius dat het "niet om een vermoeden van een strafbaar feit ging". Andere scholen waar de man daarna les gaf, werden niet gewaarschuwd omdat de inspectie dit soort informatie niet mag verspreiden, zegt Van der Vlies. "Hem de lesbevoegdheid ontzeggen is niet aan ons". Dat kan alleen via een gerechtelijke uitspraak worden afgedwongen. Tubantia 11 januari 2017
    Deze donderdag is het weer tijd voor het wekelijks lesje maatschappijleer van premier Rutte op het Haagse Johan de Witt College. Een prijzenswaardige traditie die hij in 2008 als VVD-fractievoorzitter begon en sinds zijn premierschap gewoon doorzette. Wel onder begeleiding van een vakdocent, zo vertelde hij in Zomergasten, want de machtigste man van het land heeft geen lesbevoegdheid.NRC Philip de Witt Wijnen 7 september 2016