lemmeraak
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlɛmerˌak/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) groot zeilschip voor de binnenvaart van een type dat in de tweede helft van de 19e eeuw ontstond uit visaakDe Groene Draeck is een stoere lemmeraak van bescheiden formaat. Zeker geen nuffig schip met overdadig interieur. Een zeilschip waarmee de familie regelmatig onze haven in Muiden verlaat, altijd met een enthousiaste prinses aan het stuurwiel.
Etymologie
*, omdat het ontwerp uit Lemmer kwam
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek