Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

lekkerkoek

mannelijk (de)/ˈlɛkərˌkuk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) bepaald soort peperkoek, gemaakt van roggemeel, suiker en specerijen
    Hij riep de dikke waardin bij zich, klapte haar schertsend op de kloeke heup, bestelde een fles witte wijn met lekkerkoek, juichend dat hij heden afscheid nam van 't jonkmansleven.