Lek

onzijdig (het)/lɛk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ongewenste opening waardoor een vloeistof of een gas in of uit kan
    een lek in de waterleiding
zelfstandig naamwoord
  1. stroming van een vloeistof of een gas door een ongewenste kleine opening
    Hij kreeg het gaatje niet dicht, zodat de lek bleef doorgaan.
  2. vloeistof of gas doorlatend
    een lekke band
zelfstandig naamwoord
  1. financieel (financieel) munteenheid van Albanië

Etymologie

*[B] van """, in de betekenis van ‘munteenheid van Albanië’ voor het eerst aangetroffen in 1946

Vertalingen

Engelsleak, punctured, leaky
Fransfuite, percé, crevé
DuitsLeck, undicht, leck
Spaansfuga, pinchado
Italiaansperdente
Portugeesgotejante, perdente
Zweedsläck
Deenslæk