leiding

vrouwelijk (de)/ˈlɛidɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bepalen wat een groep of organisatie behoort te doen
    Hij nam de leiding over toen bleek dat Jan de weg kwijt was.
    Ik hoefde nergens op een bepaald moment te zijn, sliep als ik moe was, luisterde naar verhalen van anderen, nam niet de leiding en volgde niet.
  2. bedrijfskunde (bedrijfskunde) diegenen die het beheer in handen hebben
    De leiding van deze beweging is over een aantal belangrijke zaken onderling verdeeld.
  3. een buis, pijp of slang die een vloeistof, gas of kracht van de ene plaats naar de andere geleidt
    Door de hoge druk ontstond er een lek in de leiding.
  4. elektrotechniek (elektrotechniek) draad (meestal van koper) waardoor stroom kan vloeien
  5. een koppositie in een wedstrijd of competitie
    Twee Nederlanders nemen momenteel de leiding.
  6. het leiden (zie bijv. handleiding)

Etymologie

* van leiden .

Vertalingen

Engelsdirection
DuitsLeitung, Leitung
Spaansdirección, gerencia, cañería