legeren

/ˈleɣərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een leger inkwartieren
    Deze troepen waren bij de grens gelegerd.
werkwoord
  1. ov (ov) verschillende metalen tot een verbinding samensmelten
    Hij legeerde goud met zilver en verkreeg zo elektrum.

Etymologie

*[B] legéren: via "legieren" van "ligare", in de betekenis van ‘alliëren’ aangetroffen vanaf 1847

Vertalingen

Duitseinquartieren, lagern, legieren
Spaansalear