lefdoekje

onzijdig (het)/ˈlɛvdukjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding, informeel (kleding) (informeel) vierkant doekje dat men als decoratie nog net zichtbaar opgevouwen draagt in het borstzakje van een colbert, blazer of dinnerjacket
    De trend in Italië is voornamelijk fel en contrastrijk. Goed passend dus bij het woord lefdoekje, zoals de pochet in de wandelgangen ook wel wordt genoemd.

Vertalingen

Engelsdress handkerchief, pocket squares