leeuwenmoed

mannelijk (de)/ˈlewə(n)ˌmut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote dapperheid
    De levensliefde en leeuwenmoed van pleegouders halen de media niet, maar ze mogen weleens nadrukkelijk geprezen worden.
    De Streif geldt voor skiërs als de hel op aarde. Wie op 1.665 meter hoogte bijna loodrecht over 3,3 kilometer naar beneden stort, heeft leeuwenmoed, misschien te veel.

Etymologie

*; al vanaf de Oudheid wordt de leeuw als een symbool van macht en durf beschouwd