leeuwenmanen

meervoud/ˈlewə(n)ˌmanə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lange, ruigere beharing rond de hals van een mannetjesleeuw
    Dat zoveel recente animatiefilms dieren in de hoofdrol hebben, hangt deels samen met die ambitie om berenhaar, fladderende leeuwenmanen of een stugge pels zo goed mogelijk in beeld te brengen.